Felgekleurde flitsen schieten over wat normaal een voetpad is. Ze verspreiden een geur van hete motoronderdelen en smeermiddelen en ratelen luid als ze even verderop over een wit-rode steenstrip razen. Stof waait op als ze zijn gepasseerd.

Dit is de plek waar het circuit van Monaco zich om het plaatselijke vijftigmeterbad heen wurmt. De ‘zwembadchicane’ is de snelste bocht van het circuit en deze vrijdagmiddag vinden de Formule 1-coureurs tijdens hun eerste trainingsuurtje de moed om beetje bij beetje harder door de S-vormige asfaltkronkel te gaan.

De Grand Prix van Monaco, waar dit weekend de zesde Formule 1-race van het seizoen op het programma staat, is misschien wel de meest bekritiseerde van allemaal. Het krappe stratencircuit is al lang niet meer geschikt voor de zware F1-auto’s van tegenwoordig, die elkaar er nauwelijks kunnen inhalen. De race van vorig jaar draaide uit op een tergend saaie parade met welgeteld één passeermanoeuvre. Hoog tijd dat de Formule 1 Monaco vaarwel zegt, was de teneur onder veel fans.

Maar de meeste critici hebben waarschijnlijk nooit met eigen ogen F1-auto’s door de zwembadchicane zien racen, bijna tien keer zo snel als het reguliere verkeer er normaliter rijdt, centimeter voor centimeter dichter aan de vangrail. Het is de bocht die het best de uitdaging en absurditeit laat zien van het racen in Monaco – en daarmee óók de unieke waarde onderstreept van het circuit.