Eleni Zervoudaki verontschuldigt zich. Haar telefoon is tijdens het gesprek al een keer of vier afgegaan en deze moet ze echt even nemen, zegt de locoburgemeester van Chania, de tweede stad op Kreta. Na een kort gesprek in ratelend Grieks hangt ze op. „Dat was de kustwacht”, legt ze uit. „Ze hebben een migrantenboot gevonden ten zuiden van Kreta, de tweede al vandaag, en ik moet zorgen dat er vanavond genoeg te eten is voor iedereen.”
De dagen van Zervoudaki verlopen vaker zo. Met de portefeuille sociaal beleid is zij verantwoordelijk voor de opvang en het welzijn van migranten in Chania. Als het telefoontje van de kustwacht komt, weet ze precies wat ze moet doen. Ze schat dat ze er dagelijks zo’n één tot twee uur mee bezig is, maar alles hangt af van hoeveel boten de Griekse wateren bereiken. Op de drukste dag vorige zomer kwamen er 1.200 mensen aan, bij slecht weer zijn er soms dagenlang geen boten te zien.
In tegenstelling tot Griekse eilanden als Lesbos en Samos, die op slechts een paar kilometer van de Turkse kust liggen, is Kreta niet gewend aan grote aantallen migranten. Er kwamen altijd wel boten met migranten aan, maar om grote aantallen ging het nooit.
Tot vorig jaar. Al in januari 2025 hadden de inwoners van Kreta door dat er iets aan de hand was: uit het niets landden er dagelijks drie of vier boten op de zuidelijke kusten van het eiland. Terwijl het aantal aankomsten van migranten in Europa met 26 procent daalde, verviervoudigde het aantal migranten dat op Kreta aankwam naar ruim 20.000 mensen. Daarmee werd Kreta het eiland met de meeste aankomsten in Griekenland.












