Kinderen langs de route van de hele en halve marathon in Utrecht hadden afgelopen weekend de grootste lol. Ze mochten van hun ouders met Super Soakers en tuinslangen onbekende volwassenen natspuiten. Misschien hebben ze zo iemand nog voor oververhitting behoed.
De volwassenen die langs de route enthousiast de namen onder de startnummers riepen, maakten juist dat hijgende en zwetende lopers niet durfden te gaan wandelen.
„Ziet er nog goed uit!”
„Je bent er bijna. Je kunt het!”
Je kunt het? Je hoopt het maar. Tegen sommige zwalkende marathonlopers hadden ze bij 38 kilometer beter ‘stop alsjeblieft’ dan ‘ga dóór’ kunnen roepen.












