Nederland viert dit jaar 125 jaar sociale zekerheid. De Ongevallenwet uit 1901 was de eerste wet die een door de staat verplichte verzekering instelde, waardoor arbeiders recht kregen op een uitkering als ze door een ongeval op het werk niet meer konden werken. In 125 jaar heeft Nederland een stelsel opgebouwd waar menig land jaloers op is, maar wantrouwen hoorde er van het begin af aan ook bij.
De bekende karikaturist Albert Hahn Jr. maakte in 1908 een beroemde spotprent over de Ongevallenwet van een arbeider die ondersteboven van een ladder valt. Op de achtergrond staan twee geestelijken, een protestante en een katholieke, die de opmerking maken: „Kijk, daar gaat weer zoo’n oplichter van den Staat.” Het sentiment dat sociale regelingen vooral misbruik uitlokken, waar Hahn jr. hier de spot mee dreef, is dus zo oud als de sociale zekerheid zelf.
Er loopt een rechte lijn tussen deze spotprent en de Fraudewet van 2013, waarmee een regime van draconische boetes en terugvorderingen voor misbruik werd ingesteld. Later bleek uit de parlementaire enquête dat deze wet niet was gebaseerd op cijfers van grootschalige fraude, maar op de overtuiging van minister Kamp dat mensen ‘voelden’ dat er gefraudeerd werd.










