Een individuele bultrug (Megaptera novaeangliae) kun je makkelijk herkennen aan zijn staart. De vorm en het patroon op de onderkant ervan zijn net zo uniek als een vingerafdruk bij de mens. Daarbij is het een groot geluk dat de walvis zijn staart vaak boven water in de lucht gooit als hij duikt, een ideaal moment voor de identificatie.

Walvisonderzoekers maken er dankbaar gebruik van om de indrukwekkende migratiepatronen van deze zeezoogdieren in kaart te brengen. Ze paren in subtropische gebieden en foerageren vervolgens in de koelere ijszeeën rond de polen. Twee keer per jaar trekken ze op en neer, over afstanden van duizenden kilometers. Er zijn verschillende populaties, ieder met hun eigen migratieroute.

Zo is er een populatie met een paargebied langs de kust van Zuid-Amerika in de Atlantische Oceaan (bij São Paulo in Brazilië) en een populatie met een paargebied langs de oostkust van Australië in de Stille Oceaan (Hervey Bay, Queensland). Die bultrugpopulaties komen elkaar in principe nooit tegen, maar uit genetisch onderzoek was al gebleken dat er soms wel uitwisseling moest zijn.

Een nieuw onderzoek dat gebruikmaakte van een archief van staartfoto’s van 19.283 individuele bultruggen, gemaakt tussen 1984 en 2025 in de voortplantingsgebieden van beide populaties, heeft nu twee volwassen bultruggen ‘betrapt’ die van de ene populatie naar de andere zijn gezwommen.