Op een parkeerplaats aan de rand van het Israëlische dorp Meitar, tegen de zuidelijke grens van de bezette Westelijke Jordaanoever, wacht Asi Shaham (57) in zijn zilvergrijze terreinwagen. In de achterbak liggen plastic tasjes gevuld met rijst, macaroni, bakolie en koekjes, naast flessen cola en zakken met tweedehandskleding.
Asi Shaham in Maghayir al‑Abeed met een Palestijnse bewoner.
Eyal Shani in At-Tuwani.
foto’s Kobi Wolf
Daar is Eyal Shani (59) met zijn witte pick-uptruck. Uit de laadbak haalt hij een stuk of tien jerrycans met diesel. Samen proppen ze die in de achterbak van de terreinwagen. Dan rijden de twee Israëlische mannen richting de regio Masafer Yatta, een cluster van Palestijnse dorpen in de zuidpunt van de bezette Westelijke Jordaanoever. De mannen maken deel uit van een groep van ongeveer tien vrienden, waarvan er wekelijks twee of drie naar de regio gaan, om hun band met de Palestijnse inwoners te onderhouden en te helpen als ze kunnen.








