De sociaaldemocraten van de Deense premier Mette Frederiksen behaalden in maart hun zwakste verkiezingsresultaat sinds 1903, maar kwamen desondanks als winnaar uit de bus. De daaropvolgende coalitieonderhandelingen duurden 69 dagen, een record in de Deense geschiedenis. Frederiksen gaat een linksgeoriënteerd coalitiekabinet met drie andere partijen leiden.

De coalitie bestaat uit de sociaaldemocraten (38 zetels), de Socialistische Volkspartij (20 zetels), de Gematigden (14 zetels) en het sociaal-liberale Radikale Venstre (10 zetels). De vier partijen hebben samen 82 van de 179 zetels in het parlement. Een minderheidskabinet dus, dat afhankelijk zal zijn van gedoogsteun van andere partijen, zoals de Rood-Groenen (11 zetels).

Coalitiebesprekingen om tot een centrumrechts kabinet te komen klapten vorige maand, waarop Frederiksen gesprekken begon voor een linkse coalitie. In Denemarken zijn de partijen traditioneel onderverdeeld in een links en een rechts blok, maar geen van beide blokken haalde een meerderheid.

Herrijzenis

De vorming van de nieuwe regering betekent een derde ambstermijn voor Frederiksen, iets waar het een half jaar terug niet naar uitzag. De premier kreeg een fikse klap te verduren tijdens de gemeenteraadsverkiezingen in november 2025, toen haar partij — van oudsher de grootste van Denemarken — op de tweede plaats eindigde. De sociaaldemocraten verloren bijna de helft van de gemeenten waar ze de grootste waren, waaronder hoofdstad Kopenhagen.