De zon was nog niet op toen in Cadzand, een Zeeuwse badplaats op enkele kilometers van de grens met België, de vlammen uit het dak van een vakantiewoning sloegen. Maar Jonathan de Keuninck (37), bevelvoerder van het brandweerkorps in het dorp, sliep door. Zijn pager was niet afgegaan.

De dag ervoor had hij in de kazerne om tafel gezeten met de burgemeester en de regionaal commandant. Hun boodschap was simpel: de post heeft te weinig vrijwilligers. De kazerne moest dicht.

Zolang als De Keuninck brandweerman is, weet hij niet beter of het korps van Cadzand kampt met een tekort aan vrijwilligers. Toen hij dertien jaar geleden aanklopte, telde de ploeg rond de vijftien brandweermensen. In 2020 nog maar tien. En nu heeft de kazerne nog vier volwaardig opgeleide brandweervrijwilligers.

Niet dat het vertrek van de vrijwilligers uit de lucht kwam vallen. Want terwijl de stroom van toeristen elke zomer groeide, liep Cadzand langzaam maar zeker leeg. Sinds projectontwikkelaars de badplaats ontdekten, verschenen langs de boulevard hotels en luxeappartementen en vonden vooral starters geen plek meer.

Jaap Vasseur (58), Jenda van den Hoven (21), De Keuninck, Dylan Balfoort (24), Gianni van Quekelberge (27) en Kees van Lambalgen (46) zagen het met lede ogen aan. En ze zijn niet van plan zich zomaar neer te leggen bij het sluiten van hun post.