Het is bijna tastbaar: de discussie over kernenergie is aan het kantelen. Politiek enthousiasme voert de boventoon. Een rechtsere Tweede Kamer, geopolitieke onrust en een haperende energietransitie liggen eraan ten grondslag. Het kabinet-Jetten wil de komst versnellen van een specifiek type kernreactor, de small modular reactor (SMR). Naar verwachting presenteert staatssecretaris Jo-Annes de Bat (Klimaat en Groene Groei, CDA) in juni plannen daartoe.
Een overgrote Kamermeerderheid is enthousiast over deze SMR’s. Het idee is dat deze reactor ‘fabrieksmatig’ (modulair) gebouwd kan worden en – na opgeschroefde productie – een stuk goedkoper wordt dan de reguliere, op maat gemaakte kerncentrales. Veel partijen komen superlatieven tekort: ze noemen deze kernenergie flexibel, veilig en bevorderlijk voor de energietransitie.
Intussen vraagt het bedrijfsleven aan de politiek om financiering en versnelde procedures. Zo stelden de Frans-Nederlandse scale-up Thorizon en het bedrijf Allseas – dat onder meer onderzeese pijpleidingen levert – onlangs in de Tweede Kamer dat dáár de grootste rem zit op de komst van SMR’s. De techniek zelf is snel te ontwikkelen, verzekerden ze de Tweede Kamer.
Neem je aan dat Nederland in 2050 nog veel industrie heeft, dan red je het wellicht niet met alleen zonne- en windenergieVerwarrend genoeg bestaat dé SMR niet. Wereldwijd ontwerpen momenteel meer dan honderd bedrijven zo’n type reactor. Dat „small” kan overigens misleiden: de meeste SMR’s gaan niet op kleine schaal, maar juist op industriële schaal produceren. Sommige (micro-)SMR’s hebben een vermogen van 25MW. Anderen, zoals het Engelse Rolls-Royce, produceren haast evenveel (470MW) als de centrale in Borssele (485MW).










