Een paar jaar geleden deed ik mee aan wat cabaretfestivals. Ik kwam door enkele voorrondes, maar nooit tot de finale. Juryleden gaven achteraf feedback. Steeds ging het over mijn boze toon op het podium. Het duurde even voordat ik begreep wat voor stereotype er op me werd geplakt: die van de boze vrouw. Pas toen ik me realiseerde hoeveel boze mannelijke cabaretiers er zijn, viel bij mij het kwartje dat deze feedback zomaar seksistisch zou kunnen zijn.

Daar zouden mijn gedachten kunnen stoppen. Dit was seksisme, punt. Maar er waren redenen om hun gelijk aan te nemen. Ik ben een geboren Greta Thunberg. Ik maak mij al van jongs af aan zorgen over dieren en het klimaat en ben oprecht gefrustreerd dat we als Nederlanders zo hedonistisch leven, zelfs als dat ten koste gaat van alles wat leeft. Daarover heb ik comedy gemaakt, waarschijnlijk met een boze, beschuldigende ondertoon. Als je wordt beschuldigd, lach je gewoon minder.

Ik weet dus niet of het commentaar terecht was of seksistisch. Kritiek op vrouwen is als een Escher-tekening: wij vrouwen hebben geen idee waar seksisme eindigt en terechte kritiek op onze eigenschappen en tekortkomingen begint. Het loopt allemaal in elkaar over. Seksisme klinkt niet meer als: ‘vrouwen zijn gewoon minder slim’. Het is meer dat mensen vanuit diepgewortelde stereotypen werkelijk denken dat mannen betere leiders zijn.