vandaag, 15:01Morgen lopen tijdens de Utrecht Marathon niet alleen duizenden deelnemers mee, maar ook tientallen pacers die hardlopers in een strak tempo naar hun gewenste eindtijd begeleiden. Voor Stijn Boode (45) en Wilco Kelder (36) draait het daarbij niet om hun eigen prestatie. “Mensen houden die vlag 42 kilometer lang vast als een soort strohalm”, zegt Wilco. “Als je ze dan huilend over de finish ziet komen, is dat echt bijzonder.”Pacers zijn herkenbaar aan een vlag op hun rug met een eindtijd erop. Denk aan 3 uur, 3 uur 30 of 4 uur. Ze lopen de hele marathon in een constant tempo, zodat deelnemers zich daar tijdens de race aan kunnen vasthouden. In Utrecht lopen de pacers namens het Dutch Pacing Team.Wat is pacen?“Het belangrijkste is dat je vlak loopt”, vertelt Stijn, die zondag samen met een andere pacer de groep van 3 uur en 30 minuten begeleidt. “Je mag niet ineens versnellen of vertragen. Mensen vertrouwen erop dat jij precies die tijd loopt.” Onderweg zijn de pacers continu bezig met coachen, opletten en communiceren. Zeker dit weekend, met warm weer voorspeld.“We vertellen welke momenten handig zijn om te drinken of een gel te nemen”, zegt Stijn. “En we letten op veiligheid. Bij drankposten lopen we bijvoorbeeld rechts, zodat andere lopers links kunnen passeren.” Ook Wilco stelt zich bescheiden op. “Je bent dienend aanwezig”, zegt hij. “Het gaat niet om jou, maar om de deelnemers. Soms hoef je er alleen maar te zijn.”Meer dan alleen een tempoVoor zowel Stijn als Wilco begon het pacen nadat ze meerdere marathons hadden gelopen. Inmiddels doen ze dat al jaren. “Ik was aan het trainen voor ultralopen”, vertelt Wilco. “Dan maak je veel kilometers. Eerst dacht ik: handig als trainingsprikkel. Maar na één keer pacen was ik verkocht. Het is superverslavend.”Volgens hem komt dat vooral door de band die onderweg ontstaat. “Mensen zoeken je in het startvak echt op. Tijdens de marathon praat je met elkaar en probeer je ze rustig te houden. En rond de 30 kilometer is een belangrijk moment. Dan merk je dat mensen het zwaar krijgen. Je probeert ze eraan te herinneren dat ze hun energie moeten sparen", vertelt Stijn.Daarbij proberen ze bewust rekening te houden met de lopers om hen heen. “Niks is zo demotiverend om als deelnemer kapot te gaan, terwijl pacers gezellig praten over hun eigen trainingen van 160 kilometer”, zegt Wilco lachend. “Je bent er echt voor die ander.”Spannende momentenHet brengt ook verantwoordelijkheid met zich mee. Pacers moeten onderweg omgaan met drukte, valpartijen of afwijkingen in de tijd. Maximaal een minuut marge is bij de finish toegestaan.Vorig jaar ging het tijdens de Utrecht Marathon bijna mis. Wilco liep toen ook als pacer mee. “We lagen richting het einde goed op schema, met nog zo’n dertig seconden marge in het voordeel”, vertelt hij. “Maar ineens stonden we bij kilometerpunt 40 ruim een minuut achter. Je bent continu aan het rekenen en erg afhankelijk van de afgemeten punten op het parcours.”Als dat soms niet klopt, kan dat vervelend zijn omdat hardlopers dan ineens hun doel niet meer halen. “Toen hebben we kort overlegd met de lopers die nog bij ons zaten”, zegt Wilco. "We zijn achter en naast ze gaan lopen en hebben ze bijna over de finish meegesleept. Maar dat zou eigenlijk niet nodig moeten zijn.” Uiteindelijk kwamen ze net binnen de gewenste tijd over de streep.Wilco merkt verder weleens onrust bij deelnemers, omdat ze het gevoel hebben dat hij te snel loopt. "Dat komt doordat wij op de klok lopen en exact op tijd binnen willen én moeten komen. We weten uit ervaring welk tempo daarvoor nodig is, maar dat zorgt soms voor spanning bij de groep. Tijdens het lopen delen we de marge die we op gezette momenten hebben, zodat de groep weet waar we staan."Emoties bij de finishDe mooiste momenten komen volgens beide mannen na afloop. Niet bij hun eigen finish, maar bij die van de lopers die ze hebben geholpen. “Ik blijf altijd nog even staan”, vertelt Stijn. “Sommige mensen lopen misschien net niet de eindtijd waar wij mee lopen, maar verbeteren hun persoonlijk record wel met twintig minuten of een halfuur. Dan vallen ze elkaar huilend in de armen. Dat is prachtig.”Ook Wilco maakt dat iedere marathon opnieuw mee. “Je ziet mensen die helemaal kapot zijn, maar het toch gehaald hebben. Dat ze jou dan bedanken, terwijl zij zelf degene zijn die het werk hebben gedaan, dat blijft bijzonder.”