Het telefonische interview met Annelotte van Brussel (32) verloopt in etappes. Tien minuten per keer, en telkens met 48 uur pauze tussen twee telefoongesprekken. Alles om zuinig om te gaan met de zeer beperkte hoeveelheid energie die ze heeft.
Vóór haar coronabesmetting in 2021 werkte Van Brussel als psychiatrisch verpleegkundige. "Ik was veel op pad: reizen, wandelen, feestjes." Tegenwoordig ligt ze de hele dag in bed in een donkere kamer. Alleen voor zelfzorg als toiletbezoek en tandenpoetsen komt ze er nog uit. Douchen kost eigenlijk al te veel energie.
Als ze 's ochtends een keer zelf koffie kan zetten en 's middags even kan spelen met haar kat, heeft Van Brussel een 'goede' dag. "Of even bellen met een vriendin, bijvoorbeeld. Of tien minuten schilderen." Twee van zulke activiteiten per dag zijn haar maximum. Op een slechte dag zijn het er nul. "Lezen en series kijken kan ik sowieso niet meer. Dat zijn te veel prikkels."
Ze heeft de afgelopen jaren fysiotherapie geprobeerd. Ergotherapie. Logopedie. Osteopathie. Het mocht allemaal niet baten. Ze ging juist verder achteruit. Van "huisgebonden" naar "grotendeels bedgebonden", zo omschrijft ze het. "Het eerste jaar na mijn besmetting was een grote zoektocht en een rouwproces, omdat ik niet wilde geloven dat ik nog steeds ziek was. Ik wilde gewoon leven, werken, dingen doen. Maar ik kijk nu naar wat nog wél kan, in plaats van wat niet meer kan."













