Toen Thymen Arensman in aanloop naar deze Giro d’Italia de etappe van vrijdag verkende, de koninginnerit met zes beklimmingen en 5.000 hoogtemeters, scheen de zon en was de stemming opperbest. De Nederlandse renner bracht het de afgelopen drie weken in herinnering toen als werd gevraagd naar zijn kansen; die hij zelf als goed inschatte.

Vrijdag scheen de zon opnieuw, maar kwam Arensman met zijn wielershirt wijd open en zijn hoofd gebogen over de streep. De Nederlander eindigde als twaalfde, op 1.45 minuut van etappewinnaar Sepp Kuss, maar belangrijker: hij verloor op de slotklim zoveel tijd op de Australiër Jai Hindley dat die hem voorbijging in het algemeen klassement en nu derde staat.

Lang stond Arensman deze Giro op een podiumplaats; een nieuwe stap in de ontwikkeling van de 26-jarige coureur, die al een aantal jaar geldt als de beste Nederlandse ronderenner. Zijn vijfde plek en ritzege in de Vuelta a España van 2022 en tweede zesde plaatsen in de Giro (2023 en 2024) waren al knap, maar zijn echte doorbraak kwam vorig jaar, toen Arensman de enige renner in de Tour de France bleek die geletruiwinnaar Tadej Pogacar in het hooggebergte kon verslaan. Zowel in de Pyreneeën als in de Alpen won hij een bergetappe.