Ze werken vanuit een kamer van vijf bij zeven meter in een onopvallend kantoorgebouw. Vier jaar geleden is hun bedrijf opgericht door een vrouw uit Curaçao die helder uit haar ogen kijkt, maar inmiddels nauwelijks meer kan zien.

Als je het kantoor van Emmaüs HomeCare binnenstapt, valt echter niet meteen op wat dit kleine thuiszorgbedrijf uit Dordrecht uitzonderlijk maakt. Wanneer je met oprichtster Jureling Candelaria (41) en twee andere Antilliaans-Nederlandse werknemers kennismaakt, krijg je al een vermoeden. Maar het wordt duidelijk als je stagiaire Manal (23) ontmoet, een Marokkaans-Nederlandse met een hoofddoek, die liever niet met haar achternaam in de krant wil, en net terugkomt van een begrafenis van een cliënt. En als je hoort dat de andere collega’s van Afghaanse, Somalische, Surinaamse en Zuid-Afrikaanse afkomst zijn.

Directeur-eigenaar Candelaria neemt bewust mensen aan met verschillende culturele achtergronden. Ze zou ook graag witte Nederlanders aannemen, maar dat is tot nu toe niet gelukt. „Die solliciteren hier niet”, zegt bestuursondersteuner Runaiska Felicia (23) schouderophalend. Bij Emmaüs HomeCare werken alleen vrouwen van niet-westerse komaf.

Afgelopen najaar publiceerde het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) een onderzoek met als belangrijkste conclusie: meer diversiteit op de werkvloer leidt eerder tot frictie dan tot een gevoel van inclusie. Mensen werken nu eenmaal het liefst met mensen die op ze lijken, blijkt uit het onderzoek.