In rap tempo komen er in Nederland meer gezinnen met (kleine) kinderen op straat te staan. Dat kan zo niet langer, vindt ook de Tweede Kamer, die daarom vorig jaar heeft besloten dat dakloze gezinnen met minderjarige kinderen in het vervolg voorrang op een sociale huurwoning krijgen. Maar door een juridisch achterdeurtje dat nog door het kabinet-Schoof open is gezet, dreigt hier in de praktijk niets van terecht te komen. Het huidige kabinet moet dan ook ingrijpen.
Dakloosheid heeft een enorm effect op kinderen. De stress van ouders die steeds een nieuwe slaapplek moeten zoeken, slaat op hen over. Dakloze kinderen worden van plek naar plek verplaatst, raken telkens opnieuw ontworteld, bouwen moeilijk veilige relaties op, hebben nauwelijks privacy, moeten geregeld van school wisselen en groeien op in voortdurende onzekerheid.
Dit alles schaadt niet alleen de fysieke gezondheid van dakloze kinderen, maar belemmert ook hun emotionele en sociale ontwikkeling. Er ontstaat een achterstand die hen levenslang blijft achtervolgen.
En het gaat niet om een klein aantal: ongeveer één op de vijf dakloze mensen in Nederland is jonger dan achttien jaar, zo blijkt uit recente tellingen uitgevoerd door het Kansfonds en de Hogeschool Utrecht (het CBS houdt geen cijfers over dakloze kinderen bij). Tot nu toe zijn daarbij 5.500 dakloze kinderen geteld. De tellingen hebben echter nog niet in alle regio’s plaatsgevonden, en daarom valt te verwachten dat het aantal in werkelijkheid fors hoger ligt. Afgaand op de signalen die wij opvangen van de gemeenten en organisaties als het Leger des Heils, kun je bovendien stellen dat het aantal dakloze minderjarigen snel toeneemt.















