Europese landen moeten de onderlinge militaire samenwerking versterken om het eigen continent te kunnen verdedigen, stelde premier Rob Jetten woensdag tijdens zijn openingstoespraak van de The Next Gen: Security Conference in Den Haag. Daardoor maakt Europa het bondgenootschap met de VS, die vinden dat andere NAVO-landen meer moeten investeren in de alliantie, gelijkwaardiger en sterker, vindt hij.
„Geen hogere wiskunde”, aldus Jetten. Het NAVO-hoofdkwartier voor landoperaties in Münster, dat door Nederland en Duitsland wordt bemand met een staf van vierhonderd militairen en burgers, noemde hij als succesvol voorbeeld. Volgens de landmacht is dit legerkorps binnen twintig dagen volledig inzetbaar, ook buiten NAVO-grondgebied. Verder juichte hij extra investeringen in defensie door lidstaten toe, evenals de hulp van de ‘coalitie van bereidwilligen’ aan Oekraïne.
De tweedaagse veiligheidsconferentie werd opgezet door de Atlantische Commissie, die sinds 1952 in Nederland de transatlantische vriendschap aanmoedigt, instituut Clingendael en de Universiteit Leiden.
Als grote wereldmachten eigen belangen „boven alles” plaatsen, sprak Jetten, dienen Nederland en Europa als reactie nieuwe partnerschappen aan te gaan en bestaande te versterken. „In dit nieuwe geopolitieke tijdperk ben ik ervan overtuigd dat het smeden van nieuwe coalities de sleutel is.”












