‘In Memory of Sir Miles Davis’ staat gegraveerd op de langgerekte steen op Woodlawn Cemetery in de Bronx, New York, waar jazztrompettist Miles Davis sinds 1991 begraven ligt. Op iedere ‘i’ in zijn naam prijkt een elegant muzieknootje. Daarnaast de contour van zijn trompet, die tegelijk de maatstreep vormt bij de openingsmaten van ‘Solar’ – een door Miles uitgevoerde jazzstandard die op zijn grafsteen belandde omdat zijn dochter het passend vond. Het monument is precies wat je van Miles Davis verwacht: stijlvol, persoonlijk en een tikje protserig.
Op 26 mei is het honderd jaar geleden dat Miles Davis werd geboren. Dit jubileum wordt dit jaar wereldwijd gevierd. Terecht, want weinig muzikanten hebben zichzelf zó vaak opnieuw uitgevonden zonder hun eigen handschrift te verliezen. Miles – zijn voornaam volstaat – was de jazztrompettist met de ronde, wollige toon. Een begaafd sfeermaker. Niet per se die ene hoge noot moeten raken, maar veel meer een blazer die persoonlijkheid legde in zijn noten. Of hij die nu diep gebukt, verticaal omhoog of met zijn rug naar het publiek speelde.
Miles Dewey Davis III (1926-1991) was de bebopper uit de Charlie Parker-school van de late jaren veertig, de architect van jazzbestseller Kind of Blue, een visionaire bandleider en aanvoerder van baanbrekende kwintetten, de fusionpionier die jazzpuristen tegen zich in het harnas joeg met elektrische experimenten. Hij was ook een begenadigd vingervervende kunstenaar, boksfanaat en stijlicoon die zijn look elk decennium omgooide. ,,Always look ahead, never look back”, zei hij.










