"De tijd zit erop", zegt Aryna Sabalenka vrijdagmiddag tegen journalisten in een bomvolle perszaal in Parijs, waar zondag Roland Garros begint. "Niet omdat ik geen respect voor jullie heb, maar omdat we vechten voor een eerlijke verdeling van het prijzengeld."

Normaal gesproken neemt de nummer één van de wereld uitgebreid de tijd om de pers te woord te staan, maar nu kondigt ze geheel ongebruikelijk zelf het einde van haar perspraatje aan. Sabalenka is op de traditionele persdag uit protest maar vijftien minuten beschikbaar voor de pers, waarvan tien minuten in de persconferentie.

De overige vijf minuten spendeert ze in de televisiestudio. De beperkte mediatijd van 15 minuten is een symbolische verwijzing naar de 15 procent van de Roland Garros-omzet die momenteel naar de spelers gaat. Dat is volgens de toptennissers veel te weinig. De tennissers eisen 22 procent van de omzet als prijzengeld.

"Het gaat hier niet om mij", benadrukt Sabalenka, die samen met Jannik Sinner en achttien andere toptennissers meedoet aan het mediaprotest. "Het gaat om de spelers die lager op de wereldranglijst staan en worstelen. Als nummer één van de wereld wil ik opstaan en vechten voor die spelers."

Een van die spelers is Jesper de Jong. De nummer 109 op de wereldranglijst is blij met de oproep van de toptennissers. "Al staat het natuurlijk wel een beetje stom dat we zeuren over een prijzenpot van 62 miljoen euro", geeft de 25-jarige Noord-Hollander toe. "Maar dat is niet de essentie."