Hoelang houdt Iran het uit? Al anderhalve maand duurt de impasse in de Amerikaans-Israëlische oorlog tegen het land. Het vuren is gestaakt, maar Iran blokkeert nog steeds de Straat van Hormuz en de Amerikanen verhinderen op hun beurt dat Iran olie kan exporteren.

De Amerikanen hopen dat deze status quo uiteindelijk in het nadeel van Iran zal werken. Dat land, schreef president Donald Trump onlangs op zijn sociale medium Truth Social, kan maar beter snel akkoord gaan met de Amerikaanse eisen, „anders blijft er niets meer van ze over”. Door de westerse sancties en de verhindering van de export zou Iran niets meer aan olie kunnen verdienen, is de gedachte. Na een maand of drie à vier is dan simpelweg het geld op.

Maar door zijn geografische ligging heeft Iran tal van alternatieven voor de Straat van Hormuz. Daarbij helpt het dat het land verbonden is met mondiale grootmachten China, Rusland en India en regionale grootmachten Pakistan en Turkije, die zich geen van alle volledig aan het westerse sanctieregime houden.

Onderhandelen over tolheffing

Alle alternatieve routes samen leveren Iran nog niet hetzelfde handelsvolume op als over zee, maar stellen het land wel in staat om geld te verdienen. Daar komt bij dat Iran tol heft in de Straat van Hormuz. Vooral olietankers – die olie van Golfstaten via deze zee-engte naar de rest van de wereld transporten – moeten betalen: ruwweg 1 dollar (86 eurocent) per vat. Bij grote olietankers gaat het dan al gauw om 1,7 miljoen euro per schip. Iran zou dagelijks van zo’n tachtig schepen tol moeten innen om de vooroorlogse olie-inkomsten te compenseren.