Het kabinet wil toch een handelsverbod voor goederen uit illegale Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en de Syrische Golanhoogte. Een sanctiebesluit is, na een maandenlange voorbereiding, voor spoedadvies naar de Raad van State gestuurd.

Vorig jaar vroeg de Tweede Kamer al om een nationaal handelsverbod met Israëlische bedrijven die op de Westelijke Jordaanoever actief zijn. Het kabinet hield dat af, in de hoop dat er voldoende steun zou zijn voor een Europees verbod. Een Europees verbod is doorgaans veel effectiever dan nationale verboden, deels omdat het beter te handhaven is. Maar de daarvoor benodigde unanimiteit onder lidstaten ontbreekt vooralsnog. De Europese Unie houdt het voorlopig bij sancties voor Israëlische individuen en organisaties die de illegale nederzettingen op Palestijnse grond steunen.

„Nederland blijft zich uitspreken tegen schendingen van het internationale recht en voor meer humanitaire hulp”, zei premier Rob Jetten (D66) vrijdag op de persconferentie na afloop van de ministerraad, die kort daarvoor akkoord ging met het handelsverbod. Jetten zei dat het doel is om „de druk op de regering van Netanyahu op te voeren”. Verder moet het verbod „voorkomen dat Nederlandse economische activiteiten bijdragen aan het bestendigen van een situatie die strijdig is met het internationaal recht”.