Een pittig potje. Zo denkt vwo-leerling Floris (19) over het eindexamen scheikunde, een paar minuten nadat hij de zaal heeft verlaten. In de hal van het Thomas a Kempis College in Zwolle gaat Floris d’r maar even bij zitten. Zojuist leek de school uitgestorven, nu de examens wiskunde (havo) en scheikunde (vwo) erop zitten, stroomt de ruimte vol met uitgebluste leerlingen.
Floris opent zijn laptop en bekijkt het correctievoorschrift. Losjes telt hij de punten die hij denkt te hebben gehaald. Voor zijn gemiddelde moet hij een cijfer „boven de 5” halen. Een snelle blik leert: het wordt kielekiele.
De n-term is er om leerlingen niet de dupe te laten worden van een te moeilijk examen
Ook de havo-eindexamens wiskunde a en b waren zwaar, zo klinkt het. Gwynneth (18) vond een aantal vraagstellingen „heel raar” en denkt aan een 5. Dhaminou (17) vermoed „een 4” te hebben gescoord. Bij Ties (17) ging het juist wel „redelijk”, maar Sybren (17) had „iets meer moeten oefenen”. En Frank (17) zou „juichen” mocht hij een 5 in de wacht slepen.
Hulp van bovenaf is dan ook welkom. Frank hoopt op een „reddende engel”, waarmee hij doelt op de zogenoemde n-term. Want bij elk eindexamen kan een hoge n-term het verschil maken tussen nét een voldoende of een onvoldoende, zo klinkt het op het Thomas a Kempis College.











