Een resolutie over de verplichting van landen om klimaatverandering te voorkomen is woensdag met een grote meerderheid van 141 landen in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties aangenomen. Acht landen, waaronder de Verenigde Staten, Saoedi-Arabië en Rusland, stemden tegen; 28 landen onthielden zich van stemming.

De resolutie roept de lidstaten op om hun beloftes in het kader van het Klimaatakkoord van Parijs uit 2015 na te komen, hun uitstoot van broeikasgassen snel te reduceren en schade aan klimaat en milieu te voorkomen. Daarmee moet het recht op leven, gezondheid en een veilige leefomgeving worden beschermd.

Officieel is de resolutie bedoeld als steun aan de klimaatuitspraak van het Internationaal Gerechtshof (ICJ) in Den Haag in juli vorig jaar. Die uitspraak, op verzoek van de kleine eilandstaat Vanuatu, gaat over de verantwoordelijkheid van landen voor de gevolgen van klimaatverandering. Het ICJ oordeelde dat staten de verplichting hebben tegenover andere staten om het mondiale klimaatsysteem te beschermen. Dat heeft ook juridische consequenties. Landen die niet genoeg doen om klimaatverandering te voorkomen, kunnen aansprakelijk worden gesteld door landen die daardoor schade lijdem.