Toen aan classica Mary Beard gevraagd werd naar welke plek ze het liefst zou gaan als ze één dag in het oude Rome mocht doorbrengen, antwoordde ze onmiddellijk: „Dan moet ik eerst wel zeker weten dat ik ook een kaartje voor de terugreis op zak heb.” Het leek haar geen pretje om te blijven steken in het Rome van de Oudheid, zeker niet als vrouw. Het is tekenend voor de nuchtere kijk die Beard op de klassieke Oudheid biedt: zonder bewonderend op te kijken naar die periode en er ‘tijdloze waarheden’ uit te verwachten, houdt ze een vurig pleidooi voor de Oudheid als een voortgaand gesprek over zaken die ons nog steeds, en misschien wel eens te meer, aangaan.

Eerder schreef Beard, hoogleraar in Cambridge en ‘publieksclassica’, boeken voor het grote publiek over Romeinse geschiedenis zoals SPQR en Pompeii, enigszins vergelijkbaar met het werk van Fik Meijer in de Nederlandse context. Dit nieuwe boek is echter anders dan we van haar gewend zijn, omdat het een poging is tot een antwoord te komen op een meta-vraag: waarom zouden we de Griekse en Romeinse oudheid überhaupt nog bestuderen? En nee, dat is volgens haar niet omdat de klassieke talen zo’n goede oefening zijn in logisch denken of omdat je er je voordeel mee kan doen bij de studie rechten of geneeskunde. Wat Beard betreft raken deze obligate argumenten nauwelijks aan waar het in de bestudering van de klassieken echt om gaat, namelijk: de schok van het oude.