In totaal waren er in de eerste drie maanden 574.000 werkenden die meer uren willen werken en daarvoor ook beschikbaar zijn. Dat zijn er 40.000 meer dan in dezelfde periode vorig jaar, zo blijkt donderdag uit cijfers van statistiekbureau CBS.
Gemiddeld willen deze zogenoemde onderbenutte deeltijders 8,5 uur meer per week werken, tegen 8,3 uur een jaar eerder. Het aantal onderbenutte deeltijders is voor het eerst weer hoger dan bij het begin van de coronacrisis.
"Deze cijfers laten zien dat er in ieder geval mensen beschikbaar zijn", zegt CBS-econoom Peter Hein van Mulligen. "Het zorgt voor meer aanbod op de arbeidsmarkt en dat is prettig voor werkgevers."
Toch blijft de krapte nog steeds een groot probleem. Verschillende sectoren staan te springen om personeel en er staan nog steeds honderdduizenden vacatures open.
Het kabinet wil werken aantrekkelijker maken, zodat deeltijders meer uren maken. Dat moet gebeuren via enkele fiscale maatregelen, zodat mensen die meer werken, onder de streep meer overhouden. Werken moet lonen, is het credo. Maar in de praktijk komt daar weinig van terecht.













