Simone Stroet heeft al eens een ziekenhuisafspraak moeten afzeggen: ze had geen geld voor het vervoer. Ze heeft ook weleens een paar tientjes voor brandstof moeten lenen om in het ziekenhuis te kunnen komen. Al is bij familie of vrienden aankloppen, zegt ze, „echt mijn laatste strohalm”. „Ik los het liever zelf op.” Bijvoorbeeld door te vragen of de afspraak ook digitaal of telefonisch kan.
Vanuit het Friese dorp Bakhuizen rijdt Stroet (39) zo’n twee keer per week naar het ziekenhuis in Leeuwarden, ruim vijftig minuten verderop. Ze komt daar voor een hele lijst aan problemen, waaronder een darmziekte, een vorm van reuma en een hoofdzenuwaandoening. Meestal lukt het wel om daar te komen, maar bij het tanken gooit ze haar dieselbusje, waar haar rolstoel in past, nooit meer helemaal vol nu de brandstofprijzen zo hoog zijn. „Ik doe er vijftien, hooguit vijfentwintig liter in.”
Haar inkomen is niet eens zo laag. Ze heeft een WIA-uitkering voor volledig arbeidsongeschikten. En omdat ze voorheen een goede baan had, bedraagt die 2.400 euro per maand netto. Ze heeft daarom nét geen recht op huur- en zorgtoeslag. Maar door haar chronische ziektes heeft zij wel tal van extra kosten: een ruime zorgverzekering, speciale voeding, medicijnen die niet of slechts deels vergoed worden en allerlei hulpmiddelen zoals een rollator en steunzolen.














