Noorwegen is met een jaarlijkse export van zeker 1,2 miljoen ton de grootste kweekzalmproducent ter wereld. Daarbij worden vissen grootgebracht in gecontroleerde omgevingen. Denk aan grote tanks op het land, of kooien op de bodem van rivieren of zeeën. Volgens het Voedingscentrum is de viskweekindustrie de snelst groeiende voedselsector wereldwijd.
Maar het zorgt ook voor vervuiling. Vissen krijgen namelijk extra voer toegediend, waarvan een deel niet wordt opgegeten. Dat aandeel zakt naar de bodem. Daarnaast blijft ook onder meer de poep van de vissen op de bodem achter.
Volgens het Sunstone Institute loost de viskwekerij hiermee 75.000 ton aan stikstof, 13.000 ton aan fosfor en 360.000 ton aan koolstof in de Noorse wateren. Ter vergelijking: diezelfde hoeveelheid stikstof kom je tegen in het rioolwater van 17,2 miljoen mensen, terwijl bij fosfor (20 miljoen mensen) en koolstof (30 miljoen mensen) een nóg grotere bevolking nodig is. Noorwegen zelf telt 5,6 miljoen mensen.
Volgens de onderzoekers is de consumptie van veevoer de afgelopen zes jaar met ruim 14 procent gestegen. Daarnaast ontdekten zij dat het afvalprobleem in de zomer het grootst is, doordat de natuur dan nog minder voedingsstoffen kan opnemen.






