Met de brief reageert Van Essen op zowel het advies van de landsadvocaat als op de reflectie van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) op de stikstofplannen.

De minister stelt dat beiden het maatregelenpakket beoordelen als realistische basis om stikstofuitstoot terug te dringen, om natuur te herstellen en op termijn vergunningverlening weer mogelijk te maken. En dat alles op een financieel verantwoordelijke manier.

Als de stikstofuitstoot daalt en overheden tegelijkertijd van alles doen om de natuur te helpen, dan wordt de natuur daar volgens de landsadvocaat "ontegenzeggelijk" beter van. Hoe beter het met de natuur gaat, hoe minder streng de eisen worden voor zaken die stikstof uitstoten. Maar hoeveel beter hangt af van de uitwerking van de maatregelen en beoordelingen door ecologen.

Wel schrijft de landsadvocaat dat een systeem voor monitoring en bijsturing nodig is. Zo zou het goed zijn om een tussendoel te formuleren. Wat dat tussendoel moet zijn, maakt het advies niet duidelijk. Ook moeten er aanvullende maatregelen klaarstaan voor het geval dat doel niet gehaald wordt.

Het PBL merkte al op dat de stikstofplannen veel vragen van zowel boeren als overheden. Ze moeten bijvoorbeeld flink investeren in nieuwe stallen, en dat gaat niet alle boeren lukken.