„You can’t pour from an empty cup”, zegt Sophia Laforteza, leider van meidengroep Katseye, eind augustus op Instagram. Vlak voor de start van de eerste wereldtour van de meidengroep, kondigt zij een pauze aan, om aan haar mentale gezondheid te werken. „Ik moet mezelf elke dag eraan herinneren dat onze gezondheid en ons mentale welzijn altijd voorrang moeten krijgen.” Maar Laforteza is niet het eerste Katseye-lid dat uitvalt. Manon Bannerman kondigde in februari om dezelfde reden haar afwezigheid aan – wat betekent dat de meidengroep vrijdag met slechts vier van de zes leden in de Amsterdamse Ziggo Dome zal staan.

En dat is ongebruikelijk in de K-popwereld, het genre waar Katseye regelmatig toe wordt gerekend. De Koreaanse pop staat bekend als een industrie met hoge standaarden, volle schema’s en veel druk op de artiesten. Grote Koreaanse entertainmentbedrijven achter groepen als BTS, Blackpink en Twice doen er alles aan om het perfecte plaatje te creëren. En dat betekent naast de intensieve trainingen, strenge diëten en gelikte optredens ook dat er weinig aandacht is voor mentale gezondheid.

Het uitvallen van twee leden binnen een jaar, en slechts korte tijd na hun debuut, zorgt dan ook voor veel ophef onder de fans. Zij maken zich zorgen over de hoge druk die op de meidengroep ligt en hun volle promotieschema’s. Ook online media, waaronder The Guardian, zetten vraagtekens bij de houdbaarheid van de groep Katseye. Kunnen deze zes meiden, die in slechts twee jaar tijd werden klaargestoomd om de ‘grootste meidengroep ter wereld’ te worden, het succes wel aan?