De eerste ervaringen met de experimentele legale verkoop van wiet en hasj in coffeeshops zijn „overwegend positief”. De frequentie waarmee gebruikers de coffeeshops bezoeken is niet of nauwelijks veranderd. Wel blijven gebruikers cannabis ook in het illegale circuit kopen, doorgaans vanwege een lagere prijs en de mogelijkheid om grotere hoeveelheden aan te schaffen.

Dat blijkt uit onderzoek van het WODC, het kenniscentrum voor de rechtsstaat. Het onderzoek is een „eerste momentopname” na een eerste ‘nulmeting’ sinds het begin van het experiment, een jaar geleden. De meting van nu is onvoldoende, stellen de onderzoekers, om nu al „eenduidige effecten” te tonen tussen gemeenten die wel en niet meedoen aan de proef.

De overheid wees eerder tien telers van wiet en hasj in Nederland aan die door 75 coffeeshops in tien gemeenten legaal kan worden verkocht. Die gemeenten zijn Nijmegen, Arnhem, Groningen, Zaanstad, Almere, Voorne aan Zee, Heerlen, Maastricht, Breda en Tilburg.

Het experiment duurt vier jaar, en vormt mogelijk een stap in de richting van legalisering van softdrugs. Die zou aan het huidige gedoogbeleid een einde kunnen maken. Er zijn zo’n 565 coffeeshops in Nederland, en de meeste daarvan nemen niet deel aan de proef. Die kopen hun cannabis nog in het criminele circuit. Dit leidt, stellen de onderzoekers, tot veiligheidsrisico’s, zoals brandgevaarlijke kwekerijen in woonwijken en criminaliteit.