Het lukt de Britse acteur Robert Pattinson (40) bijna zijn gremlin in toom te houden op het Lido zaterdag. Niet helemaal. Wat hij denkt over het acteerdebuut van altpop-icoon Phoebe Bridgers in zijn film Primetime? Mwêh. Pattinson trekt een vies gezicht, zijn duim gaat omlaag. „Maar ze was gemakkelijk te krijgen.”
Rechts van hem grinnikt Bridgers, er gaan kushandjes over en weer. Pattinson blijft ook als veertigjarige vader een kwajongen die graag ontregelt. Hij houdt bij persmomenten van zwetsen, vertrouwde hij collega Willem Dafoe toe in 2018. „Het geeft me een high. Die kleine gremlin in me denkt: zeg iets schokkends.”
Dus vernamen we dat Pattinson nooit zijn haar wast of een douche neemt. Dat een clown voor zijn ogen overleed bij zijn eerste circusbezoek. Dat hij uit eten ging met een Spaanse stalker en haar twee uur lang dermate verveelde dat ze stopte met stalken. Dat hij twee weken lang louter gekookte aardappelen met roze Himalaya-zout at bij wijze van detox. Dat hij als beginnend acteur zo arm was, dat hij een rubber opblaasboot gebruikte als tafel, stoel en bed, hetgeen hem rugklachten bezorgde.
Bij de promotie Primetime kan Robert Pattinson niet al te veel ginnegappen. Het is een grimmige film waar hij als producent en hoofdrolspeler al vier jaar nauw bij betrokken is. Londenaar Pattinson heeft nu de statuur om zo’n speelfilm gefinancierd te krijgen. Hij brak in 2004 door als gedoemde mooiboy Cedric Diggory in Harry Potter, werd een tieneridool als sexy vampier Edward Cullen in de Twilight-serie, groeide daarna – net als zijn ex en tegenspeler Kristen Stewart – uit tot een respectabel acteur via kunstfilms.










