„Vroeger zag de hele stad grijs”, zegt Christel Timmel. „Alles was bedekt met een laag as van een centimeter dik.” De gepensioneerde Oost-Duitse zit met een kop koffie en een broodje ‘Mett’ (rauw varkensgehakt) bij de bakker in Leuna. In het stadje in Saksen-Anhalt ligt het grootste chemische industrieterrein van Duitsland, met een oppervlak van maar liefst 13 vierkante kilometer, en voor de val van de Muur ging het er niet bepaald milieuvriendelijk aan toe. Timmel werkte decennialang als metaalbewerker op het terrein. „Destijds werkten veel vrouwen in wat men nu mannenberoepen noemt”, vertelt ze.

„De ene dag rook de hele stad naar lijm, dan weer naar ammoniak. Met zo’n ammoniakwolk was je nooit verkouden, de ademwegen waren altijd helemaal vrij.” Qua luchtkwaliteit is er dus wel wat verbeterd sinds de jaren negentig. Op andere vlakken is Timmel daar niet zo zeker van.

Christel Timmel (75) werkte het hele leven in de metaalindustrie van Leuna.

Timmel laat oude foto’s zien van haar vader, die ook zijn werkende leven sleet in de metaalindustrie van Leuna.

Foto’s Iona Dutz