Op maandag 8 juni, kort voor het WK in Noord-Amerika, is er van een afkeer van Gianni Infantino nog weinig te merken bij de KNVB. Op de achttiende verdieping van een wolkenkrabber op Manhattan, verdedigt KNVB-bestuurder Gijs de Jong de modus operandi van de FIFA-baas in een zaaltje met journalisten. Hij ziet overeenkomsten met het gevlei richting Donald Trump rond de NAVO-top in Den Haag, met de berichtjes van topman Mark Rutte en overnachting bij het koningspaar.
Dat is de zachte behandeling die Infantino ook gaf aan Trump voor de loting van het WK met de FIFA Vredesprijs, een onderscheiding die nog niet bestond. Dat veroorzaakte weliswaar ongemak bij KNVB-bestuurders, maar het gaat om het bereiken van het doel, betoogt De Jong, die als secretaris-generaal van de Nederlandse bond ook wel de minister van Buitenlandse Zaken wordt genoemd.
„Rutte had uiteindelijk een succesvolle top”, zegt De Jong, zoals de prijs voor Trump óók „zal bijdragen om een succesvol toernooi te organiseren” in Noord-Amerika. „Wat we ook vinden van Infantino als FIFA-leider, dat is wel wat hij probeert te doen.”
Kritiek op Infantino klinkt nauwelijks in deze door de KNVB georganiseerde ‘mediabriefing’ op het Nederlands consulaat, kort voor het WK. Op tafels staan rood-wit-blauwe vlaggetjes, Amerikaanse hapjes worden geserveerd bij oranje servetjes en consul Ahmed Dadou krijgt als cadeau een shirt van het Nederlands elftal.








