Bijna de hele beurswaarde van Meta stond op het spel in een Amerikaanse rechtszaak over verslavende apps, schreef ik anderhalve week geleden op NU.nl. Vier Amerikaanse staten zetten namelijk hoog in. Ze wilden een schadevergoeding die kon oplopen tot 1,2 biljoen euro. En dat is ongeveer de totale waarde van Meta.

Deze week kwam plotseling het nieuws dat de rechtszaak ten einde was. Meta had een schikking getroffen voor zo'n 17 miljard dollar (een kleine 15 miljard euro). The New York Times heeft het even uitgerekend: dat komt neer op 1 procent van wat Meta waard is.

Daar komt Meta goed weg. Maar het bedrijf moet dan wel beloven dat het Instagram en Facebook aanpast voor tieners. De rechtszaak ging namelijk over de verslavende ontwerpen in de apps, waarvan deskundigen denken dat ze het welzijn van tieners verslechteren.

Socialemedia-apps hebben vaak wel functies die tieners zouden moeten helpen, maar in de praktijk worden ze nauwelijks gebruikt. Voormalig Meta-medewerker George Volichenko vertelde tijdens de rechtszaak over een functie in Instagram die zorgde dat tieners tien minuten moesten pauzeren als ze te lang zaten te scrollen. Slechts 0,165 procent van de doelgroep maakte daar gebruik van. Dat schiet dus niet op.