Soner Atasoy is terug. En hoe. De veelbesproken oprichter en ontslagen bestuurder van het Cornelius Haga Lyceum opende in één week twee nieuwe islamitische middelbare scholen, in Almere en Breda. Samen met zijn sinds een jaar draaiende Tilburgse vlaggenschip heeft Atasoy een kwart van het islamitisch voortgezet onderwijs in Nederland in handen gekregen. En als het aan hem ligt, voegt hij daar zelfs nog een school in Gouda aan toe. Hij ving donderdagmiddag bot bij de rechter in zijn poging een door de gemeente toegewezen gebouw af te dwingen. Tegen NRC zegt hij maandag alsnog van start te gaan, maar dan in van een moskee gehuurde klaslokalen.
Atasoys rappe opmars is opvallend, want in 2019 zetten de rijksoverheid en het Amsterdams stadsbestuur alles op alles om hem weg te krijgen bij het Haga Lyceum na – achteraf flink genuanceerde – AIVD-waarschuwingen over terroristische banden en salafistisch onderwijs. De regering draaide zelfs de geldkraan dicht om de bestuurder tot opstappen te dwingen, tot de rechter haar terugfloot: nieuwe aantijgingen van financieel wanbeheer en tekortschietend burgerschapsonderwijs, gebaseerd op inspectieonderzoek, bleken ongegrond.
Uiteindelijk kostte een interne machtsstrijd Atasoy in 2020 de kop. Sindsdien zocht de conservatieve bestuurder een weg terug naar het onderwijs. Via zeker vijftien rechtszaken tegen de Haga-voorzitter die hem ontsloeg; via het snel gesneefde, vanwege de naam controversiële privéschooltje Het Achterhuis Lyceum; én via de in 2021 ingegane stichtingswet Meer ruimte voor nieuwe scholen. Na al die jaren werpt die laatste route nu z’n vruchten af.






