Twee blauwhelmen van de Verenigde Naties zijn maandag in Zuid-Soedan gedood nadat ze in een hinderlaag waren gelokt. De militairen waren op patrouille in de staat Jonglei, in het oosten van het land. De aanval is nog niet opgeëist.
Zeven anderen raakten gewond, onder wie drie VN-militairen, twee politie-agenten en twee ambtenaren. De gedode en gewonde blauwhelmen waren allen Ethiopiërs. Een woordvoerder van de VN-veiligheidsmissie zegt dat er een ‘snelle interventie-eenheid’ werd ingezet om het gebied te beveiligen zodat er noodhulp kon plaatsvinden.
Secretaris-generaal van de VN António Guterres veroordeelde de hinderlaag „in de sterkst mogelijke bewoordingen” en riep op tot onderzoek dat moet leiden tot vervolging van de verantwoordelijken. Wereldwijd zijn er tot nu in 2026 negen blauwhelmen door geweld om het leven gekomen.
Oplaaiend geweld
Aanvallen op VN-personeel zijn zeldzaam, maar niet ongekend in Zuid-Soedan. Blauwhelmen zijn daar actief in onrustige gebieden die worden geteisterd door geweld tussen gemeenschappen, (jeugd-)bendes en milities die vechten tegen regeringen.










