Marcos, de ‘wilde jongen van de Sierra Morena’ die in zijn jeugd twaalf jaar lang in een verlaten Zuid-Spaanse vallei leefde zonder enig menselijke contact, is vorige week op 80-jarige leeftijd overleden. Dat meldden Spaanse media. Na een jeugd in armoede werd de zevenjarige Marcos Rodríguez Pantoja in 1953 door zijn vader meegegeven aan een geitenhoeder , ‘verkocht’ vermoedde Marcos later. Van de geitenhoeder leerde Marcos konijnen jagen en vuur maken, maar al na een paar maanden verdween de man en bleef het kind alleen achter.

In alle interviews als volwassene beschrijft Rodríguez de twaalf jaar eenzaamheid die zouden volgen als een soort paradijs, waarin hij zichzelf goed kon voeden en vriendschap sloot met alle dieren, „behalve met het wilde zwijn, dat maakt met niemand vrienden”. Door het delen van hertenvlees sloot hij ook vriendschap met een wolvengroep, die hij zelfs als zijn directe familie ging beschouwen. De alfawolf likte Marcos’ gezicht, en als hij een wolvenhuil aanhief, kwamen ze naar hem toe.

Maar uiteindelijk werd hij krom lopend, gehuld in dierenvellen, met haren tot zijn middel en nauwelijks tot praten in straat, door de Guardia Civil opgepakt, na een tip van een boswachter. Zijn familie hoefde de inmiddels negentienjarige jongen niet terug. Zijn vader vroeg hem alleen waar zijn jas was gebleven die hij twaalf jaar eerder had meegekregen. Al snel werd Marcos aan het werk gezet als schapenhoeder, dit keer tussen de mensen.