Twintig mensen die door de Verenigde Staten zijn uitgezet, landden donderdagmiddag op Roberts International Airport, 65 kilometer buiten de Liberiaanse hoofdstad Monrovia. Journalisten werden op afstand gehouden. Kort na aankomst stapte de groep in een bus van de Liberiaanse commissie voor vluchtelingen, repatriëring en hervestiging, zonder dat bekend werd gemaakt welke nationaliteit de mensen hebben of waar zij zouden worden ondergebracht. Een ding is zeker: het zijn geen Liberiaanse staatsburgers.
De vlucht was de eerste uitwerking van een overeenkomst waarmee Liberia in twaalf maanden maximaal 1.200 mensen uit de VS gaat opnemen. Volgens de Liberiaanse minister van Informatie, Jerolinmek Piah, gaat het vooral om mensen uit Latijns-Amerika, onder meer Venezuela, Cuba en Colombia. Daarmee wordt Liberia de zoveelste Afrikaanse partner voor het uitzettingsprogramma van president Donald Trump.
De Liberiaanse regering noemt de nieuwkomers „gasten van de republiek” en presenteert de afspraak als „volledig humanitair”. Zij mogen asiel aanvragen en indien gewenst het land verlaten. De hartelijke verwelkoming klinkt vanaf de buitenkant geruststellend. Maar in de praktijk worden deze mensen naar een land gestuurd waarmee zij doorgaans geen band hebben, zonder dat duidelijk is welke status en rechten zij er krijgen.










