Dumfries kreeg in het RCDE Stadium van Espanyol meteen een basisplaats van trainer José Mourinho. De rechtsback liet zich, zoals zo vaak, aanvallend gelden. In de eerste helft voorkwam Espanyol-keeper Marko Dmitrović met zijn voeten dat Dumfries scoorde. Tien minuten voor tijd werd Dumfries gewisseld door Mourinho, die Trent Alexander-Arnold voor hem in het veld bracht.

De dertigjarige Dumfries, die deze zomer overkwam van Internazionale, werd tegen Espanyol de opvolger van Rafael van der Vaart en Royston Drenthe. In mei 2010 waren Van der Vaart en Drenthe de laatste twee Nederlanders die in La Liga in actie kwamen voor 'De Koninlijke'.

Het duel met Espanyol was ook de terugkeer van Mourinho als trainer van Real. De Portugees, die van 2010 tot 2013 al trainer was in Estadio Santiago Bernabéu, zag zijn ploeg bijna punten verspelen.

Jude Bellingham bracht Real Madrid na tien minuten op voorsprong. Alex Calatrava maakte na een half uur gelijk voor Espanyol. Het leek 1-1 te blijven, zeker nadat Federico Valverde in de slotfase de paal had geraakt voor Real. Kort daarna kon Mourinho toch nog juichen. Invaller Carlos Espí maakte in de extra tijd de 1-2.

Real Madrid speelde met topaanvallers Kylian Mbappé en Vinicius Júnior. Rechtsbuiten Yan Diomande, voor 125 miljoen euro overgekomen van RB Leipzig, kwam als invaller in het veld.