Gestoken in een lichtblauwe smoking crowdsurft muzikant Elmer over een bezwete menigte. Het is het laatste nummer van haar show afgelopen juni op muziekfestival Best Kept Secret in Hilvarenbeek. De blauwe en roze podiumlichten flitsen, haar muziek beukt nog één keer door de speakers. Dan steekt Elmer een sigaret op.
Dat moment, het crowdsurfen, de sigaret: het is „echt het coolste wat ik ooit in mijn leven heb gedaan”, zegt Merel Pauw – Elmer is haar alter ego. „Ik wil als mens heel graag cool zijn: het opsteken van een sigaret is dat, en bovendien de makkelijkste vorm van rebelsheid. Het is natuurlijk fucking slecht voor je, maar je tart het lot: dat geeft een soort gevoel van ‘I don’t care’, ‘laissez-faire‘.”
Daarom heeft Pauw, die voor elk muziekalbum een ander persona in het leven roept, deze figuur om de sigaret heen gebouwd, vertelt ze. Elmer, een „Frank Sinatra-achtige crooner uit de jaren vijftig” en „een beetje een sukkel”, wil óók „heel erg graag cool zijn”. Op de cover van Elmers komende album prijkt een brandende sigaret tussen haar lippen. Ook op haar sociale mediakanalen is ze vaak rokend te zien. Pauw: ”Dat mannetje dat ik speel is echt een sukkel. Je mag hem ook een sukkel vinden omdat hij rookt. Als ik een hoestaanval krijg tijdens mijn concerten, zou het er ook alleen maar bij passen.”






