Een federale rechter in Boston heeft de rechtszaak die de regering-Trump in maart tegen de universiteit Harvard aanspande vanwege vermeend antisemitisme donderdag geseponeerd. Volgens het Witte Huis beschermt Harvard Joodse en Israëlische studenten niet tegen discriminatie. In plaats daarvan „beloonde [de universiteit] studenten die [hen] aanvielen, lastigvielen, of intimideerden”, zo schreef de regering in haar 44 pagina’s tellende aanklacht.

Daarmee zou Harvard haar eigen regels overtreden en de burgerrechten van Joodse en Israëlische studenten schenden, meent de regering. Zij verzocht de rechtbank daarom toestemming om subsidies vanuit de federale overheid aan Harvard stop te zetten.

Daarin gaat de rechter niet mee. Hij schrijft in zijn vonnis dat de regering-Trump niet aannemelijk heeft kunnen maken dat er sprake is van een geïnstitutionaliseerde schending van rechten van studenten. De incidenten die genoemd worden in de aanklacht zijn daarvoor volgens de rechtbank „te geïsoleerd en incidenteel”.

De regering-Trump beriep zich in haar aanklacht daarnaast op een onderdeel van de Civil Rights Act uit 1964 dat discriminatie op grond van ras of nationale afkomst verbiedt in federaal gefinancierde programma’s. De rechter stelt dat de regering deze wetgeving te breed heeft geïnterpreteerd.