Het leken twee compleet verschillende werelden, maandagavond op de Amerikaanse nieuwszender CNBC. Aan de ronde tafel zat één man in een leren jasje, de favoriete outfit van de topman van het meest waardevolle bedrijf ter wereld. Hij werd vergezeld door een groep mannen in klassieke Wall Street-kostuums en samen kondigden ze een opmerkelijke verbintenis aan, met opmerkelijk grote getallen.

Nvidia (beurswaarde 5.260 miljard dollar) presenteerde namelijk een deal met zes van de grootste vermogensbeheerders van de wereld. BlackRock, Brookfield Asset Management, zakenbank Goldman Sachs en private equity-investeerders Apollo Global Management, KKR en Blackstone – samen goed voor ruim 22.000 miljard dollar aan gezamenlijk beheerd vermogen – willen gezamenlijk 500 miljard dollar steken in de aanleg van AI-infrastructuur. Jensen Huang, topman van Nvidia (die met het leren jasje), treedt hier op als matchmaker, zei de CNBC-presentator. Dat was te weinig eer: in feite wordt Nvidia zelf een AI-bankier.

1Waar heeft Jensen Huang die 500 miljard voor nodig?

Compute. Of in goed Nederlands: rekenkracht. Het gebruik van kunstmatige intelligentie (AI) vergt veel rekenwerk dat hoofdzakelijk in datacenters wordt uitgevoerd. Grote techbedrijven (‘hyperscalers’) steken zich diep in de schulden om zulke datacenters met de snelste chips te vullen en voldoende energie aan te leveren om ze te laten werken.