Anne Beuving, 84 jaar en al bijna een kwart eeuw gepensioneerd politieman, had dinsdagavond plots twee agenten aan de deur. „‘Niet schrikken’, zeiden ze. ‘We komen u ophalen’”, vertelt hij.

Vervolgens werd Beuving meegenomen naar het Hotel Astaria in Venray, dat afgelopen week diende als centraal logistiek punt voor de hulpdiensten die de strijd aanbonden met de grote brand in natuurgebied Boschhuizerbergen. De oplopende hitte in het bos had verscheidene explosieven tot ontploffing gebracht. Of Beuving kon vertellen wat daar zoal aan bommen en granaten onder de grond lag.

Mijn uniform paste me nog maar nét, toen ik bij mijn eerste ongeluk met explosieven werd geroepen

„Vooral kleinere munitie”, zei ik. „Al ben ik donderdagmorgen nog even langs de brandweerkazerne gereden, omdat ik me opeens nog de vondst herinnerde van fosforgranaten langs het spoor, op zo’n kilometer of anderhalf van waar het bos nu brandde.”

Dat de agenten dinsdagavond de hulp van Anne Beuving inschakelden, was niet verwonderlijk. Tijdens (en na) een loopbaan bij de politie in Venray, groeide hij uit tot de explosievenexpert. En ook dat is niet zo gek: in het Noord-Limburgse dorp en de naaste omgeving wemelt het ruim acht decennia na de bevrijding nog steeds van de ontplofbare oorlogsresten. In het najaar van 1944 en in de eerste maanden van 1945 boden de Duitsers alhier hardnekkig weerstand tegen de geallieerden. En werd hard gevochten en een grote hoeveelheid explosieven afgevuurd.