Als je het Europese landbouwdebat een tijdje volgt, voelt het alsof je in de film Groundhog Day bent terechtgekomen. Keer op keer gebeurt hetzelfde. Boeren vinden bij elke nieuwe milieumaatregel uit de EU dat hun werk nu toch echt onmogelijk wordt gemaakt. En natuurbeschermers zijn telkens gefrustreerd dat diezelfde regels veel te weinig natuurwinst opleveren. Oorzaak van deze herhaling van zetten is een weeffout in het Europese landbouwbeleid, het zogeheten Gemeenschappelijke Landbouwbeleid (GLB). Die weeffout is dat Europa iets probeert te bereiken dat volgens de wetenschap nauwelijks mogelijk is.
Hidde Boersma is gepromoveerd bodemmicrobioloog en oprichter van de techno-optimistische ngo wePlanet.
Dat zit zo: de afgelopen decennia is veel onderzoek gedaan naar de vraag hoe voedselproductie en natuurbehoud het beste gecombineerd kunnen worden. Binnen dat onderzoek zijn grofweg twee benaderingen te onderscheiden. De eerste is land sharing: landbouw en natuur zoveel mogelijk combineren op hetzelfde perceel. Dat betekent doorgaans extensiveren. Door minder kunstmest en bestrijdingsmiddelen te gebruiken, proberen boeren akkers en weilanden aantrekkelijker te maken voor wilde planten en dieren. Biologische landbouw, regeneratieve landbouw en voedselbossen zijn bekende voorbeelden van deze aanpak.






