Zijn benoeming was de droom van Cambridge. Een migrantenzoon die zich ondanks zijn sociale achterstand en dyslexie had opgewerkt tot de jongste zwarte hoogleraar ooit aan de prestigieuze universiteit, bakermat van de Britse intellectuele en politieke elite.
Drie jaar later ligt de droom in puin. Onderwijssocioloog Jason Arday nam woensdag ontslag na een een trommelvuur aan onthullingen en aantijgingen over plagiaat en verzinsels in zijn biografie.
De val van de universitaire ‘superster’ Arday, die in korte tijd ook een media-persoonlijkheid was geworden, is een stoofpot vol eigentijdse ingrediënten. Een universiteit belust op maatschappelijke relevantie en publiciteit, antidiversiteitsactivisten die plagiaatsoftware inzetten als wapen, autoriteiten die met de wind meewaaien. In het middelpunt: een zwarte academicus die van ‘poster boy’ voor diversiteit omlaag kukelt tot trofee voor antiwoke cultuurkrijgers.
En dan zou ook nog binnenkort zijn autobiografie verschijnen, met de vooruitziende titel Great and Unfortunate Things.
Wie is Jason Arday? De gevallen socioloog werd in 1985 geboren in Londen, als kind van Ghanese immigranten. Als kind, vertelde hij later, sprak hij niet tot zijn elfde en leerde hij pas op zijn achttiende goed lezen en schrijven. Hij kreeg de diagnoses dyslexie en autisme. Niettemin werkte hij zich op tot veelbelovend academicus. In 2015 promoveerde hij in Liverpool op een proefschrift over didactische toetsing. Acht jaar later maakte Cambridge zijn aanstelling bekend als hoogleraar, op zijn 37ste. Een lawine aan media-aandacht volgde.










