Een poeptransplantatie om van een voedselallergie af te komen, zou dat de toekomst kunnen zijn? Al enkele jaren vermoeden wetenschappers dat het kan, op basis van onderzoek met dieren. Amerikaanse wetenschappers uit het kinderziekenhuis in Boston hebben nu een prille eerste stap gezet: ze behandelden vijftien patiënten met een hevige pinda-allergie met een poeppil. Zes van hen konden vier maanden later een handjevol pinda’s verdragen. De resultaten zijn woensdag gepubliceerd in Science Translational Medicine.
Een pinda-allergie kan levensbedreigend zijn: voor sommige mensen kan een klein spoortje pinda al genoeg zijn om in een anafylactische shock terecht te komen. De luchtwegen slibben dicht en de bloeddruk daalt. Tot nu toe is er nog geen behandeling waarmee mensen helemaal van hun pinda-allergie af kunnen komen.
Maar darmbacteriën zouden daarbij weleens van pas kunnen komen, denken wetenschappers al enige tijd. „Als je een pinda-allergie wilt verhelpen, moet je het immuunsysteem zo trainen dat het de pinda-eiwitten leert verdagen in plaats van aan te vallen”, zegt Olaf Perdijk, immunoloog aan de Universiteit Utrecht en gespecialiseerd in de relatie tussen de darmflora en het afweersysteem. Hij is niet betrokken bij het onderzoek. „Uit muizenstudies weten we dat darmbacteriën daar waarschijnlijk een belangrijke rol in kunnen spelen.”







