Eigenlijk is het een heel alledaags verschijnsel – zó algemeen dat sommige biologen er niet eens hun schouders over ophalen als er wéér een ‘lichtgevende’ soort wordt ontdekt. Fluorescentie komt voor van de paardenbloem tot de pimpelmees, en van de honingzwam tot de huisjesslak. Maar in tegenstelling tot organismen die aan bioluminescentie doen (zoals de diepzeehengelvis, die prooien lokt met een mini-lampje) geven fluorescerende soorten niet écht zelf licht. Ze hebben altijd een lichtbron van buitenaf nodig: uv-licht.
De jonge bladeren van de rode beuk vertonen een opvallend intense rode fluorescentie door het aanwezige chlorofyl, aldus Huisman. „Bij vervolgwaarnemingen bleek deze fluorescentie tijdens de bladontwikkeling geleidelijk af te nemen.”Foto Frank Huisman
Dat licht is voor mensen met het blote oog onzichtbaar, maar veel andere dieren kunnen het wél zien. De Drentse natuurfotograaf Frank Huisman laat ons die verborgen wereld ervaren: in zijn speciale fotostudio portretteerde hij al zo’n 150 fluorescerende soorten. Zo brengt hij bijvoorbeeld de uv-patronen op bloembladeren in beeld, waarmee insecten de juiste weg naar de nectar weten te vinden.
Huisman: „De uitgebloeide paardenbloem verandert onder uv-licht met een golflengte van 365 nanometer in een lichtgevende zaadbol. De uiteinden van de zaadpluisjes lichten op als honderden kleine sterren, terwijl ook de zaadstelen blauw fluoresceren.” Foto Frank Huisman







