Nederland bevindt zich in een „uitzonderlijke situatie van langdurige droogte”, die watermanagers noopt tot het nemen van „unieke” maatregelen. Dat schrijft de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling in haar wekelijkse ‘droogtemonitor’, opgesteld door Rijkswaterstaat in samenwerking met waterschappen, provincies, drinkwaterbedrijven, het KNMI en het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.

De droogte is veroorzaakt door een gebrek aan neerslag in Nederland én in de stroomgebieden van de Rijn en de Maas. Daardoor stroomt „extreem” weinig water via de Rijn het land binnen, en ook de afvoer van de Maas is „vrij laag”. Het neerslagtekort neemt verder toe, tot het niveau van de zomer van 2018. De voorraad zoet water in het IJsselmeergebied „zit op een goed niveau maar neemt langzaam af”, aldus de droogtemonitor. Ook de kwaliteit van het water neemt af, door verzilting vanuit zee, hoge temperaturen en lage afvoeren.

De „unieke maatregelen” betreffen vooral het vullen van waterbergingen door waterschappen in het westen van het land, „om zo veel mogelijk zoet water vast te houden”, zoals een grote waterbuffer van het Hoogheemraadschap van Rijnland in de Nieuwe Driemanspolder in Zoetermeer. Ook het Hoogheemraadschap van Delfland heeft waterbergingen gevuld of is daarmee bezig, met water afkomstig uit onder meer het Brielse Meer en het Amsterdam-Rijnkanaal.