Het moest „eener fabryk van vitrioololie” worden, het chemiebedrijf dat Gerhard Tileman Ketjen in 1835 oprichtte in Amsterdam; een fabriek in zwavelzuur. In de bijna tweehonderd jaar daarna veranderde Ketjen menigmaal van naam. Via de Koninklijke Zout Ketjen (1962) naar Koninklijke Zout Organon (1967), AKZO (1969) en AkzoNobel (1994). En binnenkort volgt opnieuw een andere naam. Welke dat wordt, is nog onbekend.
Althans, die nieuwe naam komt er als de aandeelhouders van AkzoNobel en het Amerikaanse Axalta woensdagmiddag iets na drie uur lokale tijd zowel in Nederland als in de VS voor bundeling van beide verfbedrijven stemmen. Vorig jaar november maakten de twee, die sinds 2017 naar elkaar lonken, bekend te willen samengaan. Merken als Flexa, Sikkens, Dulux (alle AkzoNobel) en Cromax (Axalta) krijgen zo een gezamenlijk huis.
Door de krachtenbundeling ontstaat een bedrijf met een omzet van 17 miljard euro, dat de nummer twee wordt op de markt voor verf en coatings. Nummer één is het Amerikaanse Sherwin-Williams (23 miljard euro). AkzoNobel, nu nog de op twee na grootste, steekt door de fusie het Amerikaanse PPG voorbij. Dit bedrijf, bekend van merken als Sigma, Rambo en Histor, deed in 2017 een mislukte poging om de Nederlandse onderneming over te nemen.







