Links het Brielse Meer met de plezierboten en de waterfietsen, rechts de Nieuwe Waterweg met de vrachtvaart. Wie naar het gemaal Winsemius in Brielle rijdt, zal niet meteen aan een watertekort denken. Dat is precies waar het Hoogheemraadschap van Delfland tegenop moet boksen als het woensdagnacht de meest vergaande maatregelen uit zijn geschiedenis moet nemen. Vanaf woensdag 0.00 uur gaan de sluizen dicht en geldt in het veertig vierkante kilometer grote gebied een verbod om oppervlaktewater te onttrekken. Dat betekent dat gemeenten hun bruggen niet met brandweerslangen nat mogen houden, dat boeren hun land niet mogen besproeien, tuinders hun kassen niet mogen bewateren en inwoners hun tuintjes niet mogen begieten. „Het is code zwart”, zegt Stijn van Boxmeer, sinds drie jaar hoogheemraad.

Van Boxmeer heeft de stellige indruk dat burgers, boeren en ondernemers nog altijd niet beseffen wat dat betekent. Er is te weinig water, ook al is er overal water. „Maar je hebt water en wáter.”

Hij heeft op de parkeerplaats bij het gemaal twee plastic stoelen neergezet en gaat zitten op de stoel die met ducttape is gerepareerd. Het beeld bevalt hem wel: het hoogheemraadschap is een zuinige organisatie. In het bakstenen gebouw achter hem pompen twee enorme pompen elke seconde 4.000 liter zoetwater van het Brielse Meer in een pijp die onder het Hartenkanaal, onder de Petroleumhaven en onder de Nieuwe Waterweg door naar het Nieuw Oranjekanaal voert. Vandaar loopt het water de boezem van het Delfland in.