In totaal zijn er vorige week 72.000 migranten de exclave Ceuta binnengekomen, zei de Spaanse minister van Binnenlandse Zaken Fernando Grande-Marlaska dinsdag tijdens een spoedoverleg met zijn ambtsgenoten uit andere EU-lidstaten. Dat meldt persbureau AFP. Het aantal werd al meermaals bijgesteld, zowel naar boven als naar beneden. Inmiddels zouden van die migranten al 70.000 mensen weer zijn vertrokken.
Géén van de migranten bereikte volgens Grande-Marlaska het Europese continent. „Het Schengen-gebied is op geen enkel moment in gevaar gebracht”, aldus de Spaanse minister. Daarmee reageerde hij op de zorgen die de afgelopen dagen waren geuit door andere Europese lidstaten.
Het spoedoverleg tussen EU-binnenlandministers dat dinsdag werd belegd, was bedoeld om die zorgen weg te nemen en de verdeeldheid binnen de Europese Unie over Ceuta te overbruggen. Andere lidstaten toonden zich volgens Madrid namelijk te weinig solidair in nasleep van de gebeurtenissen rond Ceuta.
Premier Pedro Sánchez hekelde onder meer de boze brief die 22 lidstaten, waaronder Nederland, hem zaterdag stuurde. Daarin werd het Spaanse migratiebeleid bekritiseerd omdat het volgens de lidstaten „de aantrekkingskracht” van Europa voor migranten zou vergroten. Sánchez noemde die beschuldiging in een reactie politiek gemotiveerd.











